Gesprekken met kinderen, of in eerste instantie tussen ouders bij een scheiding?

Gesprekken met kinderen, of toch maar beter tussen ouders bij een scheiding?

2 april 2018

Afgelopen week konden we in de pers lezen over het initiatief van Nederlands familierechter Hein Schröder waarbij de rechtbank in Zwolle aan ouders pas een scheiding wil verlenen wanneer ze kunnen aantonen dat ze de nieuwe situatie grondig hebben doorgesproken met hun kind(eren).

Veel reacties daarop geven aan dat wij in België hieraan een voorbeeld zouden kunnen nemen. En daarover breken wij dan natuurlijk ons hoofd en denken we na. Want in essentie raakt dit rechtstreeks aan de missie van waaruit wij binnen Perspectieven werken: bijdragen aan een wereld waarin kinderen minder lijden onder de scheiding van ouders.

Het is gevoelige materie waarin dé waarheid of hét gelijk niet bestaat. De kans op hardnekkige pro- en contra-standpunten is reëel, terwijl de realiteit genuanceerd is. Het is zinvol hierover uitgebreid en veel na te denken met vele mensen die ervaring hebben hiermee.

In Nederland werkt men met een verplicht ouderschapsplan. Dat is een niet onbelangrijk gegeven in dit verhaal. Daardoor moeten ouders hoe dan ook met elkaar (proberen) in overleg (te) gaan om afspraken te maken.

Dat is in België niet zo. Hoewel meer en meer ouders zich bewust zijn van het feit dat hun scheiding niet het einde van hun gezamenlijk ouderschap zou mogen betekenen, gebeurt het hier nog relatief vaak dat ouders elk een advocaat onder de arm nemen en zonder nog met elkaar te (willen) spreken of overleggen hun vorderingen voorleggen aan een familierechter. Op basis van uitgebreide standpunten hoort die dan te beslissen over waar de kinderen zullen verblijven, en hoe de financiële regelingen zullen verlopen.

De grootste bedenking rond een verplicht gesprek met kinderen bij scheiding heeft daar rechtstreeks mee te maken.

We leggen ouders op dit moment op geen enkele manier op om samen te zoeken naar een regeling over hun kind(eren). Het zou dus nogal straf zijn om in een situatie waarin de kans op conflict en onenigheid tussen ouders reëel is, deze ouders wel op te leggen daarover met hun kind te spreken.

Het jaagt ons best wat schrik aan wat de impact van die gesprekken op kinderen zou kunnen zijn…In een context van conflict zouden zij openlijk moeten kunnen en durven spreken? Zouden zij gehele vrijheid voelen om uit te spreken wat voor hun echt belangrijk is, wetende dat ze daarmee wellicht één ouder kwetsen en de ander bij wijze van spreken sterken? Misschien maken we het verhaal nu wat te zwart-wit, maar dat lijkt erger dan gehoord worden door een neutrale familierechter, omdat het de loyaliteit van een kind rechtstreeks op de proef stelt. 

Over de wijze waarop het hoorrecht in de rechtbank nu verloopt zouden we ook wel willen uitweiden, maar dat is een andere discussie. Laat ons die nu even beperken tot de vraag of een rechtbank de geschikte plaats is en of de familierechter (waarvan het kind weet dat die de knoop zal moeten doorhakken) de geknipte persoon? Wij zouden blij zijn met een hoorrecht door een neutrale en speciaal opgeleide persoon die daar op de gepaste wijze en in uitgebreid overleg met het kind “verslag” van uitbrengt. Maar zoals gezegd: andere discussie.

De grote overheersende bedenking is eigenlijk al lange tijd dezelfde: eerder dan initiatieven om kinderen te betrekken in procedures, horen we niet eerder maximaal in te zetten op het vermijden van procedures tout court? Zou een eerste logische stap niet zijn om een initiatief te nemen dat ouders verplicht samen te blijven handelen door in bemiddeling te gaan als onderlinge regelingen over de kinderen op een andere manier niet lukken?

Het woord verplicht roept altijd een vorm van weerstand op, en dat is begrijpelijk. Maar maak de balans eerlijk en duidelijk: ouders staan op een kruispunt op het ogenblik dat ze scheiden, en de juiste weg is nu eenmaal een ‘tweewegen’-plan. Willen of niet, ouders horen een stukje van hun pad samen te blijven afleggen als ouders, hoewel ze een compleet andere mogen en kunnen inslaan als partners. Die gezamenlijke weg, en hoe die te samen te kunnen blijven uitstippelen, dáár geloven wij dat de focus op hoort te liggen.

Het gevolg daarvan zal wellicht hoe dan ook zijn dat de kinderen daarin ten volle een plek krijgen, dat hun stem gehoord wordt en dat er rekening met hen gehouden wordt. Want ouders worden gesterkt in hun gezamenlijk ouderschap op die manier. De vijandbeelden die bestaan zullen niet of aanzienlijk minder meegenomen worden op het pad van het ouderschap, hoewel ze in hun ex-partnerschap mogelijk zullen blijven overheersen.

Sommige ouders kunnen dat niet zonder hulp, en dat is menselijk en begrijpelijk.

In het belang van de kinderen, maar ook van de ouders zelf horen we hen daarbij te helpen; eventueel zelfs onder lichte dwang. Wij zien die verplichting dus eerder als hulp, want de “winst” is ook en niet in het minst voor ouders, ook al beseffen ze dat mogelijk niet meteen op dat moment:

  • de kinderen lijden minder, en dat wil elke ouder
  • ouders kunnen samen hun partnerschap afsluiten en hun emoties ventileren, terwijl ze meteen ook gestimuleerd worden te kijken naar het feit dat ze samen ouders blijven
  • er zullen geen ellenlange procedures zijn en ze kunnen de draad van hun leven dus ook weer sneller en met een minder hoog prijskaartje oppikken
  • ze zullen in de toekomst weinig moeten missen van hun kinderen als ze mekaar een plek blijven gunnen in het leven van de kinderen
  • als er aanpassingen nodig zijn in de afspraken rond de kinderen dan zullen die bespreekbaar zijn. Dat zal niet zo zijn als ouders als vijanden tegenover mekaar staan, en het gevoel overheerst dat ze hebben moeten ‘vechten’ voor hun kinderen.
  • ouders hoeven niet voortdurend op hun hoede te zijn voor rekeningen uit het verleden van de andere ouder die mogelijk een eerdere procedureslag verloor en later een kans ziet om die rekening te vereffenen.
  • als zich problemen in de opvoeding voordoen of er periodes zijn waarin er extra zorg nodig is, dan kunnen ouders mekaar daarin vinden als natuurlijke bondgenoot in het belang van hun kind
  • ….

Wij merken dat ouders die gesensibiliseerd worden en daarin een beetje hulp krijgen op het moment dat ze op dat kruispunt staan, heel erg bereid zijn om rekening met hun kinderen te houden. Deze ouders beseffen dat het pijnlijk is om aan hun kind negatieve boodschappen toe te fluisteren over de andere ouder, hoe spijtig het is dat hun kind de ene week wel kan gaan voetballen en de andere week niet omdat zij er niet in slagen daarover als volwassenen overeenstemming te bereiken, hoe tekenend het is dat hun kind zich meteen moet omkleden omdat de kleren van bij mama of papa niet mooi zijn of niet goed genoeg, of hoe moeilijk dat ze op een schoolfeest de andere ouder niet durven te groeten uit angst voor conflict,….

De kinderen van deze ouders ervaren de vrijheid om van elke ouder te houden, en zullen zich veilig genoeg voelen om eerlijk aan te geven aan hun ouders als er iets minder goed werkt voor hen.

Conclusie:

als het woord procedure en kinderen horen in één zin vallen, dan houden wij ons hart altijd een beetje vast. Procedure betekent tweestrijd, en willen we kinderen daar nu net niet voor behoeden?

Laat ons dus maar weer nadenken over een initiatief om ouders te stimuleren om in eerste instantie met elkaar te (blijven) spreken. Laat ons het gewicht zoveel mogelijk van de schouders van kinderen weghalen, en leggen waar het hoort te liggen: bij de ouders. We kunnen hen hierbij ten volle ondersteunen, want het is een uitdaging om met iemand die je eigenlijk uit je leven wil toch nog samen te werken. Maar het is wat het is: ouderschap blijft een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat is het gevolg van een keuze om samen kinderen te willen. Kinderen verdienen beide ouders in hun leven, en de gevolgen van die keuze horen ouders nu eenmaal te ondergaan. Wat zij met hun partnerschap ook doen.

 

Maaike